Introductieplan voor je nieuwe kat
Kies wie erbij komt en wie er al woont. Je krijgt zes fases, van een eigen kamer tot samen rondlopen, met per fase wanneer je doorgaat en wanneer je een stap terug doet. Print het en vink af wat je ziet.
Jouw introductieplan
Plan voor een volwassen kat bij twee of meer katten. Je bewoner is ontspannen, dus het kan vlot gaan. Toch geldt: pas door als iedereen rustig blijft.
Bij elke fase op zijn kortst ben je 20 dagen bezig, ruim genomen 64. Het tempo komt van de katten, niet van de kalender.
Vooraf regelen
- Laat de nieuwkomer nakijken door de dierenarts voordat ze bij je andere katten komt: vaccinaties, parasieten en een test op besmettelijke ziekten.
- Kattenbakken: het aantal katten plus één, op verschillende plekken. Met de nieuwkomer erbij tel je die dus mee.
- Aparte plekken voor eten en water, uit elkaars zicht. Twee bakken naast elkaar tellen als één plek.
- Genoeg slaap- en schuilplekken, ook in de hoogte: planken, een kattenboom, de bovenkant van een kast.
- Een kamer die dicht kan, met eten, water, een bak, een schuilplek en iets van jou dat naar huis ruikt.
Fase 1: Eigen kamer voor de nieuwkomer
meestal 2 tot 5 dagenDe nieuwkomer komt tot rust, je bewoner houdt de rest van het huis.
- De nieuwkomer blijft in haar eigen kamer. Je bewoner mag aan de dichte deur snuffelen.
- Ga vaak even bij de nieuwkomer zitten, maar laat haar zelf naar je toe komen.
- Houd de vaste dingen van je bewoner precies hetzelfde: zelfde voertijden, zelfde aandacht.
Door naar fase 2 als
- De nieuwkomer eet, drinkt en gebruikt de bak
- Ze verkent de kamer en komt naar je toe
Stop en een fase terug bij
- De nieuwkomer verstopt zich na dagen nog steeds en eet slecht
Fase 2: Geur uitwisselen
meestal 2 tot 7 dagenElkaars geur wordt gewoon, nog voordat ze elkaar zien.
- Wrijf met een zachte doek langs de wangen van de ene kat en leg die bij de ander. Andersom ook.
- Wissel mandjes of dekens om. Aai ze om en om zonder tussendoor je handen te wassen.
- Laat ze om de beurt in elkaars ruimte rondkijken, terwijl de ander ergens anders is.
- Doe dit met elke bewoner apart, te beginnen met de meest ontspannen kat.
Door naar fase 3 als
- Beide katten snuffelen rustig aan de doek of het mandje
- Geen blazen of grommen bij de geur van de ander
Stop en een fase terug bij
- Blazen, grommen of de doek wegslaan of erop plassen
Fase 3: Zien zonder contact
meestal 3 tot 7 dagenElkaar zien door een kier of hek, kort en rustig.
- Open de deur op een kier of zet een hek in de opening. Ze kunnen elkaar zien, niet bij elkaar.
- Houd het kort, een paar minuten, en stop terwijl het nog rustig is.
- Leid ze af met iets lekkers of een hengel, zodat ze niet alleen naar elkaar staren.
Door naar fase 4 als
- Even kijken en dan weer iets anders doen
- Een zachte houding: oren naar voren, staart rustig
Stop en een fase terug bij
- Strak staren, een lage gespannen houding of op de deur afstormen
Fase 4: Voeren aan weerszijden van de deur
meestal 3 tot 10 dagenElkaars aanwezigheid koppelen aan iets fijns: eten.
- Zet de voerbakken aan beide kanten van de deur, eerst ver weg, dan elke maaltijd een stukje dichterbij.
- Schuif alleen op als allebei rustig doorschranst. Eet een kat niet, zet de bak weer verder weg.
Door naar fase 5 als
- Allebei eten ze rustig door met de bakken dicht bij de deur
Stop en een fase terug bij
- Een kat laat haar eten staan zodra de ander in beeld is
Fase 5: Korte begeleide ontmoetingen
meestal 3 tot 14 dagenSamen in één ruimte, met jou erbij en een vluchtroute open.
- Laat ze kort samen in één ruimte, met jou erbij, op een moment dat ze afgeleid zijn: tijdens het eten of spelen.
- Zorg voor een vluchtroute en hoge plekken. Niemand mag klem zitten.
- Stop na een paar minuten, voordat er spanning komt. Bouw daarna per dag een beetje op.
- Laat de nieuwkomer eerst met één bewoner tegelijk kennismaken. Pas als dat goed gaat, met de groep.
Door naar fase 6 als
- Snuffelen, langs elkaar lopen of samen spelen zonder dat iemand vlucht
- Allebei blijven eten en de bak gebruiken
Stop en een fase terug bij
- Achtervolgen, slaan of een kat die klem zit
- Een kat die zich daarna uren verstopt
Fase 6: Samen, eerst onder toezicht
meestal 7 tot 21 dagenDe tijd samen langzaam verlengen tot ze ook zonder jou samen kunnen.
- Verleng de tijd samen stap voor stap, steeds terwijl jij thuis bent.
- Laat ze pas samen als je weg bent wanneer het dagen achter elkaar soepel gaat.
- Houd de kamer van de nieuwkomer voorlopig open als terugvalplek.
Klaar als
- Dagen achter elkaar geen achtervolgen of gevechten
- Iedereen eet, slaapt en gebruikt de bak zoals vroeger
Stop en een fase terug bij
- Plassen buiten de bak, verstoppen of minder eten bij een van de katten
- Een kat die de ander de weg naar eten of bak verspert
Terugschakelen. Zie je een no-go-signaal, ga dan één fase terug en blijf daar tot het een paar dagen rustig is. Dat is geen mislukking, dat is de methode. Beter een week extra in fase 3 dan een gevecht in fase 5.
Wanneer je de dierenarts belt
- Een kat eet meer dan een dag niet, of plast niet of nauwelijks: bel je dierenarts.
- Bijtwonden of een kat die mank loopt na een ruzie: laat het dezelfde dag nakijken, bijtwonden ontsteken snel.
- Na weken geduldig opbouwen nog steeds achtervolgen of vechten: vraag je dierenarts om een verwijzing naar een erkend kattengedragsdeskundige.
Hoe dit plan werkt
De fases volgen de gids over een nieuwe kat introduceren: eerst een eigen kamer, dan geur, zicht, samen eten en pas daarna echt contact. Een slechte eerste ontmoeting is lastig ongedaan te maken (LICG), en genoeg bakken, voer- en slaapplekken op aparte plekken halen veel spanning weg (AAFP en ISFM).
De dagen per fase zijn een indicatie. Is je kat schuw of fel naar andere katten, dan rekent het plan met langere fases. Je keuzes worden niet opgeslagen: ze staan alleen in het adres van deze pagina.